Financiering van de opleiding

Voor elke specialist in opleiding krijgt de opleidingsinstelling een vergoeding van het ministerie van VWS. Deze vergoeding wordt uitgekeerd in de vorm van een ‘beschikbaarheidbijdrage’. Met dit middel garandeert de overheid zonder marktverstoring de beschikbaarheid van bepaalde (kostbare) diensten in de zorg, zoals opleiden of bijvoorbeeld specialistische brandwondenzorg.

Erkende opleidingsinstelling

De toekenning van de beschikbaarheidbijdrage is in handen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Dat gebeurt op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Om in aanmerking te komen voor deze beschikbaarheidbijdrage, moet een opleidingsinstelling erkend zijn door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).

Hoogte van de vergoeding

De minister stelt jaarlijks de hoogte van de vergoeding per opleidingsplaats en het aantal opleidingsplaatsen vast. Op jaarlijks advies van Stichting BOLS stelt de minister ook vast hoeveel instroomplaatsen een instelling het volgende kalenderjaar krijgt. Daarna kunnen kandidaten op die plaatsen solliciteren.

Flexibel opleidingsschema

De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage vast op basis van de werkelijke bezetting gedurende het jaar. Dat gebeurt aan de hand van de Individuele Opleidingsschema’s die bekend zijn bij de RGS. Om die reden is het belangrijk om wijzigingen in het opleidingsschema altijd tijdig door te geven aan de RGS. Door de financieringssystematiek is tussentijds wijzigen van opleidingsinstelling mogelijk.

Financiering vooropleidingen

Bij het berekenen van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor medisch-specialistische vervolgopleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd.

Standpunt vergoeding

In 2010 heeft de Raad Opleiding van de Federatie Medisch Specialisten een gezamenlijk standpunt ingenomen over de vergoeding van opleidingsactiviteiten door opleidingsklinieken. Met dit standpunt willen de wetenschappelijke verenigingen duidelijkheid en transparantie krijgen over de besteding van de subsidiegelden, specifiek voor opleidingsactiviteiten van aios en opleiders.