Handreiking helpt opleiders om te sturen op kwaliteit

16 juli 2018

Opleiders spelen een belangrijke rol in het bewaken van de kwaliteit van de medische vervolgopleidingen. Om deze rol waar te kunnen maken, moeten ze in de positie zijn om binnen de afdeling te kunnen sturen op kwaliteit. Uit een enquête vanuit de Federatie blijkt dat dit lang niet altijd het geval is. De handreiking ‘Ondersteuning en positionering opleiders’ helpt opleiders hun positie binnen de instelling beter vorm kunnen geven.

Opleiden is een vak apart, dat tijd, kennis en specifieke vaardigheden vergt. Investeren in opleiders en de voorwaarden waaronder zij hun taak uitvoeren, is van cruciaal belang om aios tot toekomstbestendige medisch specialisten op te kunnen leiden. Zeker nu door de vernieuwde erkenningensystematiek van de geneeskundige vervolgopleidingen intern toezicht op de kwaliteit van de opleiding steeds belangrijker wordt ten opzichte van het toezicht van buitenaf (met name door de RGS). De opleider heeft hierdoor een nog belangrijkere rol gekregen in het bewaken van de kwaliteit van de opleiding.

Een enquête die vanuit de Raad Opleiding gehouden is onder opleiders uit de centrale opleidingscommissies van acht opleidingsinstellingen, laat echter zien dat:

  • Opleiders meer tijd nodig hebben, dan ze nu krijgen
    Uit de resultaten komt naar voren dat opleiders gemiddeld 20% meer tijd nodig hebben voor de organisatie van de opleiding. Ook zijn ze voor hun opleidingstaken lang niet altijd vrij geroosterd. Een kwart van de respondenten krijgt bovendien geen secretariële ondersteuning en is daarmee veel tijd kwijt aan administratielast.
     
  • Opleiders behoefte hebben aan een herkenbare, geformaliseerde positie
    De enquête laat zien dat opleiders behoefte hebben aan een herkenbare (hiërarchische), geformaliseerde positie binnen de instelling, al dan niet in de vorm van een beschrijving van taken en verantwoordelijkheden, profiel en toelage. Zo’n 30% van de respondenten geeft aan nu geen afspraken te hebben gemaakt over hun positionering binnen de instelling waar zij werkzaam zijn.
     
  • Opleiders meer inzicht willen in het opleidingsbudget
    Uit de enquête blijkt dat minder dan 40% van de opleiders zich bezighoudt met het opleidingsbudget. Een meerderheid geeft bovendien aan hier te weinig of niets van af te weten. Toch vindt meer dan 90% dit wel een belangrijk onderwerp en zou graag beter zicht op onder andere de besteding van het opleidingsbudget hebben.
     
  • Opleiders de bij- en nascholing door de opleidingsgroep te vrijblijvend vinden
    De resultaten laten zien dat één de vijf opleiders niet altijd toekomt aan bij- en nascholing in het kader van hun eigen professionalisering. Ook over de bij- en nascholing van de opleidingsgroep geven veel opleiders aan dat dit “vrij in te vullen is”, “naar eigen inzicht gebeurt” en dat er “relatief weinig gebruik van wordt gemaakt”.

Goede praktijkvoorbeelden

Om opleiders te ondersteunen bij het beter vormgeven van hun positie binnen de instelling, heeft de Federatie de handreiking ‘Ondersteuning en positionering opleiders’ ontwikkeld. Deze handreiking toont voor al deze knelpunten goede praktijkvoorbeelden, zowel voor de individuele opleider als op collectief niveau, die opleiders kunnen gebruiken om hierover binnen de instelling in gesprek te gaan.