Experimenten Interprofessioneel opleiden

Netwerkgeneeskunde vraagt om interprofessioneel samenwerken en leren. In het kader van het Opleiden 2025 zijn de eerste vijf experimenten interprofessioneel opleiden van start waarin bestaande initiatieven worden uitvergroot. De experimenten zijn proeftuinen waarin bestaande initiatieven worden uitvergroot. Hiermee ontdekken we in de praktijk wat wel werkt en wat niet als we over grenzen heen willen organiseren en wat bevorderende en belemmerende factoren zijn voor interprofessioneel opleiden. De lessons learned worden vertaald naar handreikingen voor de medische vervolgopleidingen. 

Daarnaast worden de komende periode nog eens drie experimentvoorstellen uitgewerkt rondom de volgende thema’s: integrale transmurale zorg voor patiënten in de palliatieve fase, leefstijlinterventies rondom prehabilitatie en waarde gedreven zorg. Het voornemen is om ook voor deze situaties experimenten in te richten in de zorgpraktijk. 

Bekijk alle experimenten

 

Experimenten op verschillende niveaus 

Interprofessioneel opleiden is geen doel op zich. Het is een middel om tot betere kwaliteit van zorg te komen, waarbij de patiënt de zorg als samenhangend geheel ervaart. De experimenten zijn daarom gericht op zorgthema’s die bij uitstek om samenwerking tussen verschillende professionals vragen. Daarbij willen we de samenwerking bevorderen: in de kliniek, tussen de eerste en tweede lijn (transmuraal), met de publieke gezondheidszorg en ten aanzien van de geestelijke gezondheidszorg. Bij alle experimenten zijn dan ook minimaal aios en verschillende andere zorgprofessionals vanuit drie verschillende specialismen betrokken. Ook willen we laten zien dat je klein kunt beginnen. Denk bijvoorbeeld aan het beter benutten van een dagelijks zorgmoment op de werkvloer, zoals een MDO (multi disciplinair overleg). Maar je kunt ook groot denken: het structureel inbedden van leeractiviteiten in een transmurale setting, bijvoorbeeld in een transmurale netwerkstage. En alles er tussenin. 

Generieke lessons learned

De uitvoering en resultaten van de experimenten monitoren we samen met de werkvloer. Doel is om eind 2022 generieke lessons learned te kunnen presenteren. Met deze handreikingen kunnen andere netwerken, opleidingen, ziekenhuizen en instellingen dan zelf aan de slag. 

Tools

Samen met de experts en onderzoekers op het gebied van interprofessioneel samenwerken en leren verzamelen we vanuit alles wat er al bekend is praktische tips, tricks en tools om interprofessioneel leren op de werkvloer vorm te geven. Verder verzamelen we allerhande initiatieven rondom interprofessioneel leren, zodat iedereen daar de vruchten van kan plukken.  

Wil je meer weten of heb je zelf een mooi initiatief? Neem dan contact op met Marieke Bolk m.bolk@demedischspecialist.nl of Arno van Rooijen a.vanrooijen@demedischspecialist.nl
 

Experimenten

1. CO-BRA: complexe patiënt - Beter door Reflectie en Afstemming
Interprofessioneel leren in en van een MDO3+

In dit experiment gaat het om integrale zorg voor patiënten met psychiatrische en somatische morbiditeit en samenhangende problemen. Vanwege de vele verschillende betrokkenen is coördinatie van zorg nodig voor deze patiënten. 

Bij dit experiment wordt een bestaand zorg- en leermoment in de praktijk (het zogenaamde Integraal Diagnostisch Interventiesysteem, IDIS) verbeterd tot een optimaal interprofessioneel MDO+++. Dit vindt plaats in het AmsterdamUMC, locatie VUMC. In deze zogenaamde CO-BRA (Complexe patiënt, Beter door Reflectie en Afstemming) wordt voor complexe patiënten door alle betrokkenen samenwerkt, 30 tot 60 minuten gereflecteerd en afgestemd. De aios vormt hierin de spil.

Het doel is het integreren van alle behandelinformatie over de patiënt om zo tot adequate besluitvorming en coördinatie van zorg te komen. Evenals het afspreken van een helder communicatiepad met de patiënt en zijn of haar naasten. Mogelijkheden en knelpunten worden besproken vanuit verschillende expertises en perspectieven. Daarnaast krijgen alle betrokken zorgverleners ondersteuning en concrete handvatten voor het omgaan met patiënten die als storend of belastend worden ervaren.

Een tweede testlocatie is de locatie AMC van AmsterdamUMC. Vanuit de geleerde lessen uit het experiment kan een blauwdruk voor een dergelijk MDO+++ worden afgeleid om in andere contexten en regio’s te gebruiken. 

Psychiater Klaas Nauta over CO-BRA: 

'….de ervaring leert dat er bijna altijd een mooi interprofessioneel team bij elkaar zit. Gekeken wordt wie beschikbaar is. Er is altijd wel iemand van de betreffende discipline aan tafel en de huisarts is bijvoorbeeld digitaal aanwezig. Het commitment voor de tijdsinvestering van betrokkenen is groot omdat dergelijke, veelal draaideur-, patiënten veel ‘weglekenergie’ vragen.' 

Meer weten over CO-BRA? Neem contact op met Klaas Nauta k.nauta@amsterdamumc.nl.

 

2. Een netwerkstage rondom behandeladviescentrum ouderengeneeskunde
Interprofessionele zorg voor patiënten met cognitieve stoornissen

Dit experiment gaat over transmurale integrale zorg voor oudere patiënten met cognitieve stoornissen of dementie. Deze patiënten worden voor korte of langdurige zorg vanuit de eerste lijn naar de tweede lijn verwezen en vice versa. Een cognitieve stoornis gaat vaak samen met diverse andere ziektebeelden.

In het experiment draait het om het optimaliseren of beter benutten van twee bestaande leerwerksituaties: 

  • De interprofessionele leerwerksituatie in het Interdisciplinair centrum ouderengeneeskunde HMC in samenwerking met het LUMC
  • De SEH HagaZiekenhuis met een dienstdoende specialist ouderengeneeskunde van Florence

In het Interdisciplinair centrum ouderengeneeskunde analyseren en testen aios van diverse specialismen hoe een netwerk van zorgprofessionals optimaal in te zetten. Er wordt gekeken naar het netwerk als leersituatie en als samenwerkingsvorm. Daarnaast wordt er gekeken naar het al bestaande experiment van de SEH uit het Haga ziekenhuis. In dit experiment leren aios op de SEH van een specialist ouderengeneeskunde die werkt vanuit een zorginstelling.

De bevorderende en belemmerende factoren en tips voor interprofessioneel leren worden vanuit beide experimenten opgehaald. Met als doel deze vervolgens landelijk te delen. In dit experiment wordt een blauwdruk voor een interprofessionele leerwerksituatie of netwerkstage ontwikkeld om ook in andere regio’s te kunnen gebruiken.
 

Annemarie Moll, specialist ouderengeneeskunde over het experiment: 

'Ouderen met cognitieve stoornissen vormen een groeiende kwetsbare groep in onze samenleving, waar diverse medische specialismen mee te maken krijgen. Het verlenen van tweedelijns zorg kan voor diverse uitdagingen zorgen. Denk aan het stellen van grenzen wat doen we wel en wat doen we niet, benadering en gedrag, wilsonbekwaamheid en nazorg. Interprofessioneel opleiden biedt de eerste- en tweedelijns aios de mogelijkheid om met elkaar deze patiëntenpopulatie de juiste zorg op de juiste plek te bieden’.

Meer weten over dit experiment? Neem contact op met Annemarie Moll a.moll-jongerius@lumc.nl.
 

3. Intensieve SamenwerkingsAfdeling (ISA)
Samen leren in de zorg rondom de multimorbide patiënten

Op de ISA gaat het om samenwerken in de kliniek. De zorg voor multimorbide patiënten (geriatrisch, cardiologisch, internistisch en long-patiënten) staat hier centraal. Voor deze zorg slaan het Jeroen Bosch ziekenhuis en Ziekenhuis Gelderse Vallei de handen ineen voor dit experiment.

Het doel van dit experiment is antwoord geven op de vraag of een interprofessioneel ingerichte werk- of leeromgeving met interprofessionele werk- of leersituaties, leidt tot betere patiëntenzorg. En of deze geschikt zijn voor interprofessioneel leren en opleiden. 

De interprofessionele werkwijze is binnen het Jeroen Bosch Ziekenhuis ontwikkeld en heeft daar tot aantoonbaar betere zorg geleid. Het experiment is gericht op een proof of concept en op het verdiepen van inzicht in interprofessionele patiëntenzorg en interprofessioneel leren en opleiden. De leerwerkcontext is de ISA. Hierin is de zorg rondom patiënten vormgegeven die in de reguliere zorgsystemen tussen de verschillende disciplines in vallen. Dit risico is er vooral voor patiënten met multimorbiditeit, maar bijvoorbeeld ook voor een oude patiënt met dyspnoe en koorts. Op de ISA werken internisten, longartsen, cardiologen, geriaters en ziekenhuisartsen intraprofessioneel samen met paramedici en verpleegkundigen, het interprofessioneel samenwerken. De zorg wordt hierbij proactief en rondom de patiënt vormgegeven. Dit leidt tot een kortere ligduur en minder intercollegiale consulten.
 

Karen Keijsers, klinisch geriater over het experiment in het ISA

‘Als team zijn we zoveel sterker dan een optelsom van losse individuen met een eigen kijk op de zaken ... Als opleider ben ik ervan overtuigd dat een interprofessionele aanpak de zorg en ook de opleiding van aios beter maakt’.


Meer weten over dit experiment? Neem contact op met Karen Keijsers k.keijsers@jbz.nl, of met Bea Maris MarisB@zgv.nl.
Lees ook het interview met Karen Keijsers

 

4. Transmurale digitale consultatie

Dit experiment van het OOR ON consultatieproject uit het Radboudumc en het cardiometabool zorgnetwerk vanuit het UMC Utrecht gaat over transmurale digitale zorg tussen de regionale eerste- en tweedelijn. In de patient journey zijn er verschillende momenten waarin zorgprofessionals in een netwerk rond de patiënt met elkaar te maken krijgen. Denk aan een verwijzing naar het ziekenhuis, na een polibezoek of na ontslag uit het ziekenhuis. Deze momenten zijn een kans om aios te laten kennismaken met het belang van goede samenwerking in een zorgnetwerk. Binnen het project transmurale digitale consultatie kunnen aios in de eerstelijn laagdrempelig, via een digitaal consult, hun collega-aios in de tweedelijn om advies vragen. Naast het medisch-inhoudelijke aspect van de vraag is het leerzaam om expliciet bij de samenwerking stil te staan. Bijvoorbeeld: wat verwachten we van elkaar in een netwerk? Wat hebben we nodig van elkaar? Kennen we de context van de praktijk in de eerste- en tweedelijn? Bijkomende opbrengst is dat aios kennismaken met digitale consultaties: wat werkt wel en wat werkt niet. 

Onderdeel van dit experiment is het ontwikkelen van onderwijs voor transmurale intraprofessionele samenwerking en de digitale consultatie. Ook worden er ontwerpeisen ontwikkeld om digitale consultatie een zinvolle plaats binnen de opleiding te geven. Bovendien is onderdeel van de opzet om de eerstelijnsverwijzingen door aios te laten evalueren op relevantie en daaraan een terugkoppeling naar de eerstelijn te verbinden. Het gaat er in dit experiment om dat aios elkaar transmuraal weten te consulteren en adviseren tijdens de reguliere zorg. Er wordt onderzocht wat wel en wat niet in de dagelijkse praktijk werkt om dit tot een zinvol opleidingsmoment te maken. Het ultieme doel is om de juiste zorg op de juiste plek te organiseren. Hierbij is het de kunst om voor de verschillende zorgprofessionals de mogelijkheden voor overleg zo laagdrempelig mogelijk te maken en logistieke bezwaren qua tijd en ruimte weg te nemen. Met kenmerken van actieonderzoek worden de succes- en faalfactoren in kaart gebracht. Het verzamelde materiaal wordt vervolgens gebruikt om een handreiking met tips en trucs te ontwikkelen.

Bekijk ook het initiatief gezamenlijke patiëntenzorg

Meer weten over dit experiment? Neem contact op met Karin Kaasjager k.kaasjager@umcu.nl en Dieneke van Asselt Dieneke.vanAsselt@radboudumc.nl.

 

5. Leren van samen werken en samen leren tijdens de COVID-crisis

Dit experiment in de vorm van een onderzoek gaat over de intraprofessionele zorg in de kliniek voor COVID-patiënten. Tijdens de eerste COVID-19 golf vielen schotten weg en bleek van elkaar leren ineens vanzelfsprekend. Terwijl echt interprofessioneel samenwerken voor de crisis in de praktijk weinig gebeurde. Wat kunnen we van die periode opsteken voor intra- en interprofessioneel leren in niet-crisistijd? In samenwerking met Opleiden 2025 deden de onderzoeksgroep van de Radboudumc Health Academy en de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc daar onderzoek naar. Welke elementen maakten dat de COVID-19 zorg voor aios leerzaam was? Wat is daarvan wel te vertalen naar de reguliere opleiding en wat niet? Dat proberen de onderzoekers in beeld te krijgen via ongeveer twintig kwalitatieve interviews met aios en supervisoren. Aanvullend worden gegevens meegenomen uit een onderzoek dat is uitgevoerd onder een bredere groep zorgprofessionals van het Radboudumc. Uit de resultaten wordt onder andere een toolbox met praktische tips voor werkvormen, aios en supervisoren ontwikkeld. 
 

Natasja Looman psycholoog en projectmanager interprofessionele educatie uit het Radboudumc over het onderzoek: 

‘Dat aios in de COVID-19 setting meer het gevoel hadden ‘erbij te horen’, komt waarschijnlijk doordat het voor iedereen heel duidelijk was dat ze elkaar echt nodig hadden. Eén team met één taak: optimale patiëntenzorg. Aios gaven in de interviews aan dat er meer waardering werd getoond voor hun inzet, dat ze het prettig vonden om bevraagd te worden op hun eigen expertise en dat er meer tolerantie was als ze eens iets niet wisten. Dit zou je in de reguliere setting natuurlijk ook graag willen zien.’

Nynke Scherpbier, associate professor Interprofesional Education en hoofd afdeling huisarts- en ouderengeneeskunde UMCG over der eerste resultaten:

‘We horen van aios dat in de eerste COVID-19 golf de samenwerking tussen specialismen heel snel op gang kwam. Aios en supervisoren kregen vaak andere rollen dan ze gewend waren en dat leidde tot nieuwe afspraken: “Wat kan ik en wat kan jij en hoe regelen we het met elkaar?” De meerwaarde van samen optrekken in een crisissituatie werd breed gevoeld.' 

Lees meer over het onderzoek naar interprofessioneel leren tijdens COVID-19 

Meer weten over dit experiment? Neem contact op met Natasja Looman natasja.looman@radboudumc.nl.