'Met gemeenschappelijke opleidingsjaren sla je wellicht twee vliegen in één klap'

'Een netwerk van zorgprofessionals rondom de patiënt, met één zorgprofessional in de lead. Dat ambieer ik al heel lang, maar door hokjesdenken en financiële barrières komt het lastig van de grond. Door COVID heeft iedereen gezien en gevoeld hoe belangrijk een brede samenwerking tussen specialismen is. Nu moeten we doorpakken', zegt internist Paetrick Netten, voorzitter van het deelproject Opleidingsstructuur.

paetrick-nettenfms-febr-2020-18.jpg

'Laatst zag ik in de wachtkamer een 83-jarige patiënte van mij zitten, die al jaren bij mij op controle komt voor diabetes, chronisch atriumfibrilleren en een afwijkend serumeiwit. We hadden samen besloten, na afweging van de voors en tegens, af te zien van verder onderzoek. Ik vroeg haar met wie ze een afspraak had. Ze vertelde dat ze een longontsteking had gehad en dat de longarts haar had doorverwezen naar de internist-hematoloog, omdat ‘er iets niet goed was in haar bloed’. Toen ik haar uitlegde dat daarmee het afwijkende eiwit werd bedoeld, stond ze resoluut op met de woorden: ‘Het is toch allang bekend dat ik verder niks wil! En ik ga ook niet naar de cardioloog.

Buiten je vakje

Typisch een voorbeeld van hoe het niet moet. Het ziekenhuis is in vakjes opgedeeld en ook die vakjes zijn weer in vakjes opgedeeld. De zorgverleners in al die vakjes zijn nog niet zo gewend om buiten hun eigen vakje te kijken en de mens als geheel te zien. Klachten gaan niet voor niets vaak over communicatie, samenwerking en afstemming.

Twee vliegen in één klap

Netwerkgeneeskunde kan een enorme kwaliteitsverbetering stimuleren. Dat zie ik zo: één arts of andere zorgprofessional neemt samen met de patiënt de regie en is het aanspreekpunt voor de patiënt. Waar nodig schakelt deze ‘zorgregisseur’ mensen in met specifieke kennis, binnen en buiten het ziekenhuis, maar hij blijft verantwoordelijk voor de afstemming met de betrokken disciplines en de patiënt. Gaat het hoofdprobleem zijn expertise te boven, dan wordt de patiënt overgedragen aan een zorgprofessional die op dat gebied meer deskundig is.  

Vanzelfsprekend

Essentieel voor netwerkgeneeskunde is dat je elkaar kent, weet wat de ander doet en elkaar laagdrempelig weet te vinden. Voor artsen die al jaren in het vak zitten, mijzelf incluis, ligt daar een grote uitdaging. Laten we de specialisten van de toekomst daarom meteen meenemen in de netwerkgedachte en de uitgangspunten van interprofessioneel werken. Zodat het voor hen volledig vanzelfsprekend wordt om ook buiten hun vakgebied te kijken. 

Brede basis

In de werkgroep Opleidingsstructuur gaan we samen definiëren waar we naartoe willen. Vervolgens stappen we naar de tekentafel om structuren voor de opleiding te zoeken die bij dat ideaalbeeld aansluiten. Je zou kunnen denken aan gemeenschappelijke opleidingsmomenten of werkplekleren op een multidisciplinaire afdeling. Dan sla je wellicht twee vliegen in één klap: alle aankomend specialisten krijgen een generalistische basis én ze leren elkaar meteen goed kennen doordat ze vanaf de start samen leren en samen werken.

Wil om te veranderen

Hoe precies, dat is een gezamenlijke zoektocht. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Ik denk dat niemand precies weet hoe we netwerkgeneeskunde en interprofessioneel opleiden kunnen bereiken of verbeteren. De wil om te veranderen is er wel, zeker na onze ervaringen in de COVID-crisis. Niks geen stuurgroepen, werkgroepen en klankbordgroepen om draagvlak te krijgen voor verandering; wat ’s ochtends werd verzonnen was ’s avonds met brede steun geregeld. Ook financiële barrières spelen dit jaar minder dan anders: de NZa heeft gezegd dat in 2020 het budget van 2019 wordt gehanteerd. Dit is hét moment.'