Blog Hein Brackel: Digitale transmurale zorg, vervanger van fysiek consult?

06 oktober 2021

Nu digitaal overleg niet meer weg te denken is, schieten de initiatieven voor digitale transmurale zorg als paddenstoelen uit de grond. Logisch, want het draagt bij aan de juiste zorg op de juiste plek. Maar kan het ook de fysieke consulten vervangen?

Hein Brackel, bestuurder Federatie Medisch Specialisten

Via een online systeem geef ik huisartsen in mijn regio wekelijks advies over diagnostiek en behandeling. Dit betreft vooral astma-casuïstiek en het beoordelen van de door hen uitgevoerde longfuncties bij kinderen. Het voorkomt verwijzingen en onnodige diagnostiek. 

De ‘Luchtbrug’ is een online astmazorg voor kinderen en jeugdigen. Ouders en kinderen kunnen via dit systeem zelf contact zoeken met het astmateam. Dit zou uiteindelijk de helft van de huidige poliklinische consulten kunnen vervangen.

Met coachings- en monitoringsapps voor (vaak chronische) aandoeningen kunnen mensen zelf hun ziekte monitoren en schakelen bij vragen of problemen via de app met het behandelteam. Door de koppeling met het epd heeft de zorgverlener inzicht in symptomen, klachten en het behandelplan. Patiënten komen daardoor alleen nog op consult indien nodig in plaats van de ‘verplichte’ twee of vier keer per jaar.

Dit soort systemen, zorgportalen en netwerken krijgen op steeds meer plekken in het land navolging (zie ook de handige landkaart).

Maar dit is slechts één kant van de medaille. Om transmurale digitale zorg substantieel en structureel in te bedden, zijn er nog wel wat hobbels te nemen. Zo geeft de non-verbale lichaamstaal tijdens een fysiek consult mij belangrijke extra informatie, bijvoorbeeld de interactie tussen kind en ouders. Daarnaast laat de techniek patiënten of mij nog weleens in de steek en zijn we langer bezig met elkaar te horen of te zien dan dat we daadwerkelijk een gesprek voeren. Bovendien vereist het een strakke planning: even uitlopen en iets later aanschuiven in een overleg is niet mogelijk. Een goede logistieke planning voor overleg, maar ook voldoende tijd om ‘digitale vragen’ van collega’s en patiënten te beantwoorden, zijn dus cruciaal.

Een ander punt is de veiligheid. Er zijn inmiddels vele verschillende online systemen in omloop. De vraag is of dat wenselijk is. Goede transmurale digitale zorg vraagt om meer uniformiteit, niet in de laatste plaats om een overlegsysteem eenvoudig te kunnen integreren in het epd. Naast het vermijden van (nog) meer administratie, is bij het inbedden ook nadrukkelijk aandacht nodig voor het garanderen van aspecten als veiligheid en privacy.

Tot slot is het belangrijk om in de opleiding – en natuurlijk ook daarna – te leren nadenken over wanneer het zinvol is om een digitale keten of netwerk in te richten. Sta stil bij de vraag of en wanneer de efficiëntiewinst (tijd, planning, voorbereiding en afstemming) opwegen tegen het fysiek zien en horen van de patiënt. En heel praktisch: om het optimale uit een digitaal contact te halen, zijn nieuwe vaardigheden nodig.

Dus ja, digitale transmurale zorg kan, mits op het juiste moment en met de juiste vaardigheden, zeker fysieke consulten vervangen. Maar soms blijft het belangrijk de patiënt zelf te blijven zien. Ook dát is het geven van de juiste zorg op de juiste plek.